Bijstand en een koopwoning

Bijstand en een koopwoning

Ook als u in een koopwoning woont kunt u bijstand aanvragen, zonder dat u het huis hoeft te verkopen. Ook als u een eigen woonboot bezit, kunt u in aanmerking komen voor bijstand. Een belangrijke voorwaarde is dat u de woning of de woonboot zelf bewoont en dus niet verhuurd heeft. Bij verhuur van de woning of woonboot kunt u die verkopen waardoor u van de opbrengst een bepaalde periode kunt leven.

Wanneer u de woning of woonboot zelf bewoont bekijkt de Dienst of uw eigen woning of woonboot een overwaarde heeft. Om te bepalen of er sprake is van overwaarde wordt uw woning door een beëdigd makelaar getaxeerd. De makelaar wordt door de Dienst (in overleg met u) aangewezen. De makelaar bepaalt de huidige waarde van uw woning.

Van de getaxeerde waarde worden vervolgens een aantal bedragen afgetrokken:

  • het bedrag van uw hypotheek dat nog niet is afgelost. Het gaat hierbij om uw normale hypotheek, die u bij een bank heeft lopen.
  • een vrij te laten bedrag.

Het bedrag dat na deze berekening overblijft beschouwt de Dienst als rest-overwaarde op uw woning. Voor het bedrag van deze rest-overwaarde wordt via een notaris een zogenoemde krediethypotheek afgesloten. Hieruit betaalt de Dienst uw uitkering. U krijgt uw uitkering dus in de vorm van een geldlening. Met andere woorden: u betaalt uw eigen uitkering van de rest-overwaarde van uw woning.

Voor het aflossen van de krediethypotheek gelden de volgende regels:

  • De aflossing start twee jaar nadat uw bijstandsuitkering is beëindigd en is de eerste 10 jaar rentevrij, pas vanaf het 11e jaar wordt rente berekend.
  • De hoogte van de aflossing is afhankelijk van uw inkomen en wordt door de Dienst berekend
  • Bij verkoop van de woning zal de restantschuld afgelost moeten worden.

Rekenvoorbeeld krediethypotheek