Ga naar pagina inhoud

Veel gestelde vragen over uitkeringen

Heb je een uitkering? Of wil je een uitkering aanvragen? Dan heb je misschien allerlei vragen. Op deze pagina verzamelen we de vragen die we vaak krijgen. Staat jouw vraag er niet bij, en kun je het antwoord ook op de rest van de website niet vinden? Dan kun je altijd contact met ons opnemen om je vraag te stellen.

Een laag inkomen is een inkomen op bijstandsniveau. Dat noemen we ook wel het sociaal minimum. Dat is het bedrag dat je volgens de overheid minimaal per maand nodig hebt om van te leven. Het hangt van je persoonlijke situatie af hoe hoog het sociaal minimum voor jou is. Het maakt bijvoorbeeld uit hoe oud je bent, en of je kinderen hebt.

Op de pagina Hoe hoog is een bijstandsuitkering? staat welk bedrag hoort bij jouw situatie.

Draagkracht is de mogelijkheid die je hebt om kosten zelf te betalen. Als we je draagkracht bepalen, kijken we onder andere naar je inkomen, je vermogen en de kosten die je iedere maand moet maken.

We zorgen ervoor dat je uitkering iedere maand op de laatste werkdag van de maand op je rekening staat. Op de pagina over betaaldatums van uitkeringen lees je hier meer over.

Voor de bijstand en een de meeste regelingen geldt dat je vermogen niet hoger mag zijn dan een bepaald bedrag. Dit bedrag noemen we de vermogensgrens of het vrij te laten vermogen. De hoogte van dit bedrag hangt af van jouw persoonlijke situatie. Het bedrag verandert ieder jaar in januari. Op De regels rond vermogen staat het bedrag dat nu voor jou geldt.

Als je studiefinanciering kunt krijgen heb je inderdaad geen recht op een bijstandsuitkering. Je moet namelijk eerst zelf zoveel mogelijk doen om je kansen op een baan te vergroten. Een opleiding volgen helpt om je kansen op werk te vergroten. Daarom heb je geen recht op bijstand als je een opleiding met studiefinanciering kunt volgen of een voltijd BBL-opleiding kunt doen.

De hoogte van een bijstandsuitkering hangt af van je leeftijd, met wie je samenwoont, en of je kinderen hebt. Op Hoe hoog is een bijstandsuitkering? kun je zien welke uitkeringsbedrag bij jouw situatie past.

Ontvangt je een bijstandsuitkering en krijg je een of meerdere giften? Dan kan dat gevolgen hebben voor jouw uitkering. Hieronder lees je welke giften invloed hebben op je uitkering en welke giften je door moet geven aan De Dienst.

Een gift is een schenking van een persoon of instelling. Een gift kan geld zijn, maar bijvoorbeeld ook een pakket van de voedselbank, boodschappen van een familielid, kleding van een kledingbank of een schenking van een kerk. Voor een gift hoef je geen tegenprestatie te leveren. Als er wel een tegenprestatie tegenover staat, kunnen we het als inkomen beschouwen.

Giften van een voedselbank, kledingbank, speelgoedbank, kerk of charitatieve instellingen hebben geen gevolgen voor je uitkering. Ontvang je andere giften, in de vorm van geld of iets anders van waarde? Dan hebben die giften alleen invloed op je uitkering als ze in totaal hoger zijn dan €1200 per 12 maanden. Ontvang je meer giften? Dan verrekenen we alleen het bedrag boven de € 1200 met je uitkering.

Woon je op Terschelling? Dan moet je je giften bij De Dienst melden als je binnen 12 maanden in totaal meer dan € 1200 aan giften ontvangen hebt. Daar kun je het wijzigingsformulier voor gebruiken.

Woon je in gemeente Harlingen, Waadhoeke of Vlieland? Dan moet je moet iedere gift melden bij De Dienst. Daar kun je het wijzigingsformulier voor gebruiken. Wij houden dan voor je bij of je giften onder de € 1200 blijven.

Je kunt bijstand aanvragen als je een eigen woning (huis of woonboot) woont. Je hoeft je woning niet te verkopen. Een belangrijke voorwaarde is wel dat je zelf in de woning woont. Als je de woning verhuurt, kun je geen bijstand aanvragen.

Misschien kom je in aanmerking voor een krediethypotheek. Dat werkt zo:

Met behulp van een taxateur berekenen we de overwaarde in je woning (het verschil tussen de waarde van je woning en de nog af te lossen hypotheek). Op basis van die overwaarde en een vrij te laten bedrag kun je via een notaris een krediethypotheek afsluiten. Hieruit betaalt De Dienst je uitkering. Je krijgt je uitkering dus in de vorm van een geldlening. Met andere woorden: je betaalt je eigen uitkering van de rest-overwaarde van je woning. Zo hoef je je huis niet te verkopen.

Voor het aflossen van de krediethypotheek gelden de volgende regels:

• Twee jaar na het beëindigen van je bijstandsuitkering start je met aflossen
• De hoogte van de aflossing is afhankelijk van je inkomen
• De eerste 10 jaar is rentevrij, pas vanaf het 11e jaar wordt rente berekend
• Wanneer je je woning verkoopt betaalt je het resterende deel van de krediethypotheek af

Je kunt tijdens het gesprek over je uitkeringsaanvraag bespreken of je in aanmerking komt voor een krediethypotheek. Wil je nu al meer weten, dan kun je contact met ons opnemen.

We kunnen de informatie die we van je krijgen vergelijken met gegevens van bijvoorbeeld de Belastingdienst, uitzendbureaus en energiebedrijven. Als je wijzigingen niet zelf aan ons doorgeeft is de kans dat we dat ontdekken dus heel groot. Je moet dan je uitkering terugbetalen en je kunt een boete krijgen.